Jongeren die op jonge leeftijd of vanaf de geboorte te maken hebben gekregen met een handicap waardoor het voor hen lastiger is om te gaan werken krijgen in veel gevallen te maken met de Wajong. Deze wet is ingesteld als inkomensvoorziening en voorziet in een uitkering. Deze groep Wajongeren groeit momenteel hard en het merendeel van de Wajongeren heeft geen betaald werk. De overheid zet wet-en regelgeving in om de arbeidsparticipatie van mensen met arbeidshandicap te bevorderen.
Door subsidieregelingen is het voor werkgevers aantrekkelijk om jonggehandicapten in dienst te nemen. Wetten en regels zijn gericht op het werken naar vermogen en dat werk ‘moet lonen'. Kijken wat er wel kan is dus het credo. Grootschalige initiatieven zoals de G-krachten campagne van het UWV en Borea moeten ertoe leiden dat uiteindelijk meer jonggehandicapten aan het werk gaan.
Wajongers kunnen in overleg met de arbeidsdeskundige van het UWV in aanmerking komen voor een individuele re-integratie overeenkomst, een IRO. Als zij eenmaal aan het werk zijn kan een jobcoach zorgen voor begeleiding en ondersteuning op de werkplek.